Ga direct naar de hoofdinhoud

De Cane Corso Italiano

De rasstandaard van de Cane Corso Italiano.

De Cane Corso behoort tot FCI groep 2, Pinchers, Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden.

Sectie 2.1 Molosside rassen, type Mastif

FCI standaard lijst nr: 343

 

 

 

De Cane Corso Italiano

 

Origine:
Italiƫ

 

Datum publicatie van de origineel geldige standaard:
12-03-1999

 

Gebruik:
Waak, verdediging, politie en speurhond

FCI classificatie:

Group 2: Pinschers and Schnauzer, Molossers en Switzerse Sennenhonden
Sectie 2.1: Molossers, mastiff type
Geen werk eisen  

 

Korte geschiedenis:
De Cane Corso stamt af van de Romeinse molosser. Oorspronkelijk verspreid over heel Italie, in de recente geschiedenis alleen aanwezig in de Provincie Apulia en in nabijgelegen regios van Zuid Italiƫ. De naam komt van het Latijns "cohors", wat inhoud "beschermer van het erf".

 

Algemene verschijning:
Middelgrote hond, Robuust en stevig, maar elegant. Droog, goed gespierd.

 

Belangrijke verhoudingen:
De lengte van het hoofd benaderd 36% van de schofthoogte. De hond is iets langer dan hoog.

 

Gedrag / temperament:
Bewaker van erf, familie en vee; erg atletisch en behendig. In het verleden is het drijven van vee en voor de jacht op groot wild.

 

Hoofd:
Groot en typisch molosside. De lijnen van de schedel en neus zijn licht convergerend.

 

 

Nek:
Sterk, gespierd en even lang als het hoofd.

 

Lichaam:
Het lichaam is iets langer dan de hoogte van de schoft. Stevig gebouwd, maar niet overdreven.

 

Schoft: geprononceerd, hoger dan de kroep.
Rug: recht, erg gespierd en stevig.
Lenden: kort en sterk.
Kroep: lang, wijd en ligt oplopend.
Borst: goed ontwikkeld, komt tot de elleboog.

 

Staart:
Hoog aangezet, dikke staart aanzet. De staart is gecoupeerd bij de vierde wervel. Hoog gedragen maar nooit gekruld of recht omhoog.

 

Voor- en achterhand

Voorhand:

 

 

Achterhand:

Boven dij: lang, wijd, achterkant dij convex.
Onder dij: sterk, droog.
Enkels: Ligt gehoekt
Voeten: sterk en pezig.
Achtervoeten: iets minder compact dan voorvoeten.

 

Gangwerk/beweging:
Lange passen. Het gewenste gangwerk is de draf.

 

Huid:
Aardig dik, goed passend.

Vacht:

Haar: Kort, glimmend, dicht en met een lichte ondervacht.
Kleur: Zwart, loodgrijs, grijs, licht grijs, licht fawn, rood, donker fawn, gestroomd; bij fawn en gestroomd honden mag de zwarte of grijze masker niet verder gaan dan de lijn van de ogen. Witte borstvlek, wit op de tenen en op de neusbrug is toegestaan.

 

Grootte en gewicht:

 

Schofthoogte: Reuen: van 64 tot 68 cm.
Teven: van 60 tot 64 cm.
Tolerantie van +/- 2 cm.
Gewicht: Reuen: van 45 tot 50 kg.
Teven: van 40 tot 45 kg.

 

Fouten:
Alle afwijkingen van deze standaard moeten worden beschouwd als een fout. De ernst van de fout is evenredig met de mate van de afwijking.

 

Extreme fouten:

 

De lijnen van de voorsnuit en de schedel parallel of te convergerend; zijkanten van de neus convergerend.

 

  • Gedeeltelijke de-pigmentatie van de neus.
  • Schaargebit of extreme onderbijt.
  • Krulstaart of staart in verticale houding.
  • Continue telgang
  • Te groot of te klein.

 

Diskwalificerende fouten:

 

  • De lijnen van de voorsnuit en schedel divergeren.
  • Totale de-pigmentatie van de neus.
  • De brug van de neus is hol, ramsneus.
  • Overbijt
  • Gedeeltelijke of volledige de-pigmentatie van de oogleden. Te lichte ogen; loensen.
  • Staartloos of te korte staart (gecoupeerd of niet)
  • Semi-lang, glad of kroes haar.
  • Alle kleuren niet in de standaard; te grote witten vlekken.

 

N.B. Reuen dienen twee normale volledig ingedaalde testicelen te hebben.

 

 

 

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb